Een recent rapport van ABN AMRO over de gevolgen van extreem weer zet je wat dat betreft aan het denken. Hitte, droogte en hevige regenval zijn niet langer uitzonderingen waarvoor je een calamiteitenplan uit de kast trekt. Ze worden steeds meer een normaal bedrijfsrisico. De gevolgen variëren van lagere arbeidsproductiviteit en hogere kosten tot productieverlies en verstoringen in de logistiek.
Voor kunststofverwerkers zijn verschillende risico’s uit het rapport herkenbaar. Neem hitte op de werkvloer. Volgens een in het rapport genoemde vuistregel daalt de arbeidsproductiviteit vanaf 25 graden met 2 procent voor iedere graad die de temperatuur verder stijgt. Vooral werknemers die fysiek werk verrichten of in slecht geïsoleerde omgevingen werken, lopen risico op hittestress. Wie op een hete zomerdag naast een extruder, spuitgietmachine of thermovormlijn staat, hoeft waarschijnlijk niet overtuigd te worden.
Maar kijk ook eens buiten de fabriekspoort. Lage waterstanden beperken de capaciteit van de binnenvaart en kunnen transportkosten opdrijven. In de zomer van 2026 werden sommige vaarwegen zelfs tijdelijk onbevaarbaar. Voor een sector die grondstoffen, halffabricaten en eindproducten over grote afstanden vervoert, kan zoiets snel doorwerken in levertijden en voorraden.
En dan is er water zelf. ABN AMRO wijst erop dat fabrieken die rivierwater gebruiken voor koeling bij langdurige droogte dubbel geraakt kunnen worden: er is minder koelwater beschikbaar én warmer water mag minder gemakkelijk worden geloosd. Dat kan uiteindelijk leiden tot productievermindering, tijdelijke stillegging en hogere kosten.
Interessant is daarom dat het rapport klimaatadaptatie nadrukkelijk als concurrentiefactor neerzet. Denk aan het klimaatbestendig maken van gebouwen en terreinen, waterbuffers, aangepaste werkprocessen en een extreem-weerplan waarin verantwoordelijkheden en noodprocedures vooraf zijn vastgelegd. Bedrijven die vroeg beginnen, kunnen volgens ABN AMRO sneller reageren en uitval beperken.
Misschien moeten we klimaatadaptatie daarom net zo gaan benaderen als energiebesparing en circulariteit: niet als een groen extraatje, maar als onderdeel van goed ondernemerschap.
Want een kunststofproduct mag dan ontworpen zijn om tegen een stootje te kunnen. Het bedrijf dat het maakt, moet dat straks ook zijn.




