Deze machtsverschuiving blijkt ook uit de Makers Top 100, die voor 54 procent uit familiebedrijven bestaat. Zo’n 34 procent van de bedrijven wordt bestuurd door private equity organisaties en 12 procent is beursgenoteerd. Opvallend is bovendien dat private equity bedrijven gemiddeld hogere EBITDA-marges realiseren dan familiebedrijven: respectievelijk 14,6 procent tegenover 12,2 procent.
| Aantal bedrijven | Totale omzet 2024 | Gem. EBITDA-marge | Totaal FTE 2024 | ||
| Familiebedrijven | 54 | 19.350 | 12,17% | 61.864 | |
| Private Equity | 34 | 6.738 | 14,63% | 28.626 | |
| Beursgenoteerd | 12 | 73.068 | 19,77% | 203.936 | |
| Totaal | 100 | 99.156 | 294.425 |
Een andere trend is de opmars van het hybride model waarbij investeerders (al dan niet met een familieachtergrond) opereren volgens private equity principes, maar met een langere horizon en een meer industriële visie. Toch vertellen die cijfers slechts een deel van het verhaal, zeggen David Kemps, sectorexpert Industrie bij ABN AMRO en Fred Harbers, business principal bij adviesbureau Gwynt. Want achter de verschillen in rendement zit vaak ook een fundamenteel andere visie op ondernemerschap.
‘Private equity draait in veel gevallen om snelheid, professionalisering en waardevermeerdering’, zegt Kemps. Hij onderscheidt drie manieren waarop private equity waarde creëert: financieel management, operationeel management en governance. ‘Deze bedrijven kijken scherper naar werkkapitaal, productieprocessen en bestuursstructuren. Moeilijke beslissingen worden minder snel vooruitgeschoven. Dat vertaalt zich vaak in hogere marges. Zeker in economisch onrustige tijden reageren investeerders sneller en rationeler op kosten en inefficiëntie.’ Harbers vult aan: ‘Private equity fondsen durven verlieslatende activiteiten sneller af te bouwen of processen te herstructureren. Familiebedrijven denken meer in generaties en vinden dat vaak lastiger, omdat daar veel meer emotionele waarde meespeelt.’
