Nieuws

Nederlandse economie beter bestand tegen nieuwe energieprijsschok

De Nederlandse economie kan een nieuwe stijging van energieprijzen beter opvangen dan tijdens de crisis van 2022–2023. Door het inkrimpen van energie-intensieve industrieën en de groei van minder energiegevoelige sectoren is de economische teruggang bij een nieuwe prijsschok naar verwachting kleiner. Vooral de chemie, bouwmaterialenindustrie en basismetaal blijven momenteel fors onder pre‑crisisniveau, terwijl de machine-industrie en farmasector juist aan gewicht hebben gewonnen.

Geplaatst op: 10 april 2026        
Bron: ING

Industrie als geheel pas in 2025 hersteld van vorige energiecrisis
Door de recente stijging van energie- en brandstofprijzen zijn de ogen opnieuw gericht op de industrie. Veel van de meest energie‑intensieve bedrijfstakken bevinden zich immers in deze sector en dat maakt de industrie opnieuw kwetsbaar voor dalende productie en concurrentiekracht.

De Nederlandse industrie heeft lang last gehad van de vorige energiecrisis, maar was vorig jaar eindelijk hersteld van de gekrompen output. Wij schatten dat de toegevoegde waarde in 2025 zo’n 0,5% hoger was dan voor de dip van de afgelopen jaren. Ook was het sentiment onder industriële ondernemers begin dit jaar een stuk positiever dan op het dieptepunt van de afgelopen jaren in 2023.

Grote verschillen binnen de industrie
Achter de ontwikkeling van de totale industrie gaan grote verschillen schuil. De meeste energie-intensieve takken zijn namelijk nog altijd niet hersteld van de energiecrisis [1]. Zo ligt de toegevoegde waarde van de chemie (exclusief farma), de bouwmaterialenindustrie en de basismetaal in 2025 naar onze schatting respectievelijk 25%, 15% en 14% onder het niveau van 2021, het laatste jaar voor de Oekraïne-oorlog [2]. Sommige bedrijven en productielocaties hebben de tijdelijke pieken in energie‑ en brandstofprijzen simpelweg niet overleefd. Voor het belangrijkste deel komt dit echter door het afschalen van productie vanwege een afgenomen vraag en het uitfaseren van delen van energie-intensieve fabrieken door grote fabrikanten.

Bovendien worstelen veel bedrijven die nog wel overeind gebleven zijn vanwege relatief hoge kosten nog steeds met de structureel zwakke concurrentiepositie ten opzichte van andere landen. Zo heeft China een grote productiecapaciteit voor verscheidene industrieën ontwikkeld in de afgelopen jaren en is de Chinese export in industrieën als de chemie sterk gegroeid. Daarnaast ziet een deel van hen nog te weinig vraag in de wereldmarkt voor volledig herstel van de toegevoegde waarde.

Teruggang in Nederland veelal groter dan in andere landen
De situatie van de Nederlandse industrie is niet uniek. De energie-intensieve industrie in andere Europese landen is ook getroffen door de hoge energieprijzen en de verlaagde afzet die volgde uit het doorbelasten hiervan in hogere afzetprijzen. Maar als we de daling van de Nederlandse industriële productie ten opzichte van 2021 voor een aantal subtakken vergelijken met een aantal andere grote eurozone-economieën, dan valt op dat de teruggang in Nederland vaak relatief groot was. Alleen de Duitse energie-intensieve industrietakken ondergingen vaak een grotere productieteruggang dan hun Nederlandse evenknieën.

Dit artikel delen:

(advertenties)