Zo ook bij dit voorbeeldbedrijf: een plaatwerkbedrijf. Hier komen de opdrachten dagelijks binnen bij de afdeling Verkoop. Die opdrachten worden snel verwerkt bij de afdeling Werkvoorbereiding en de volgende dag gaat de opdracht al in productie. Een prima flow, zo lijkt het. Alle opdrachten komen bij de lasersnij-afdeling en worden direct opgepakt en geproduceerd. 24 uur per dag productie! De orders liggen letterlijk op de vloer. Voor die klanten die alleen lasersnijwerk bestellen is de doorlooptijd kort, maar voor klanten die opdrachten hebben met meerdere bewerkingen, is de doorlooptijd relatief lang. Het zetten en lassen kan de toestroom uit de lasersnij-afdeling niet in een keer verwerken en er ontstaat een ‘ophoping’ van onderhanden werk op de werkvloer. Dat vraagt om organisatie, planning en afstemming. 

De hoogte van het onderhanden werk neemt toe en de ‘file’ wordt alsmaar langer.

Als je eenmaal in deze situatie zit, is het wegwerken en zorgen voor een tijdige levering van orders prioriteit. Die reflex is voorspelbaar. Er moet overzicht komen in de grote toestroom van orders die wachten voor het zetten en lassen. Een planning maken en zorgen dat de voortgang gecontroleerd wordt. Dat zijn dan logische stappen om meer grip te krijgen. Dan kunnen ook de juiste keuzes gemaakt worden in de verwerkingsvolgorde van de orders. Als klanten vragen om hun orders, terwijl deze nog aan het wachten zijn op een bewerking, is het voorrang geven aan de ‘hardste schreeuwer’ ook een bekende reflex. Deze oplossingsrichting wordt vaak gekozen omdat de druk van klanten groot is en om direct te handelen. Deze manier van werken levert in de praktijk nog meer werk op en het is niet ondenkbaar dat spoedorders toenemen, er regelmatig van volgorde wordt gewisseld op de werkvloer en orders opgedeeld worden om toch aan de eerste behoefte van klant te voldoen. 

Constant brandjes blussen

Als je wat afstand neemt, herken je dat deze werkwijze niet effectief is en ook niet zal worden. Het blijft rondcirkelen in dezelfde ‘waan van de dag’ in de hoop dat het morgen minder zal zijn. Met andere woorden: het constant blussen van brandjes, die regelmatig zelf zijn aangestoken.