We zijn in onze sector volop bezig met de fabriek van de toekomst. Met automatisering, robotisering, AI en machines die steeds meer zelf kunnen. Dat is ook nodig, zeker als technisch personeel schaars blijft. Maar tijdens mijn bezoeken vraag ik me steeds vaker af wat er ondertussen gebeurt met alle praktijkkennis die nu in die fabrieken rondloopt. Want een nieuwe machine kun je bestellen. Ervaring niet.
Nieuwe technologie, vertrouwde vakkennis
Natuurlijk verandert het vak. Een jonge operator hoeft straks misschien niet meer precies hetzelfde te kunnen als iemand die dertig jaar geleden begon. Maar hij of zij moet nog steeds begrijpen wat er in een proces gebeurt, waarom een materiaal zich op een bepaalde manier gedraagt en waarom de ene instelling wel werkt en de andere net niet.
Daarvoor moet kennis worden doorgegeven. Via opleidingen, trainingen en cursussen, maar net zo goed op de werkvloer. Door mee te kijken, vragen te stellen en ervaren collega’s te laten uitleggen waarom zij bepaalde keuzes maken. Juist die combinatie lijkt me belangrijk. Nieuwe kennis opdoen en tegelijkertijd zorgen dat jaren aan praktijkervaring niet verloren gaan.
We moeten blijven investeren in machines en automatisering, maar minstens zoveel in de mensen die ermee werken en zich daarin blijven ontwikkelen. Want de vraag voor de toekomst is niet alleen welke machines we over tien jaar gebruiken, maar vooral wie er naast die machines staat.
Op de Kunststoffenbeurs hebben we het natuurlijk veel over innovatie, slimme productietechnologie en nieuwe materialen. Maar als ik bij bedrijven rondloop, word ik steeds meer in mijn gevoel bevestigd dat de toekomst van onze sector minstens zo afhankelijk is van de mensen die al die technologie begrijpen en van hoe goed we erin slagen om hun kennis door te geven aan de volgende generatie. De meest waardevolle machine in de fabriek blijft immers het menselijk brein!
Lieke Coppens
Programmamanager Kunststoffenbeurs
