Dat is precies waar het vorig jaar gepresenteerde Draghi-rapport over ‘Make Europe Great Again’ op inzet. De Europese Unie moet volgens Draghi meer investeren in de fundamenten van groei: innovatie, digitale infrastructuur, klimaatneutrale industrie en strategische autonomie. In het rapport klinkt een duidelijke waarschuwing: zonder stevige impuls raakt Europa achterop bij de VS en Azië, waar R&D-investeringen al veel hoger liggen.

Ook Nederland dreigt verder achterop te raken. 

Om de ­EU-doelstelling van 3% van het bbp aan R&D-uitgaven te halen, moet de overheid tot 2030 maar liefst 14,9 miljard euro extra investeren in publieke R&D. Zonder deze impuls daalt volgens TNO het Nederlandse R&D-percentage van 2,23% in 2023 naar 2% in 2030. En dat is slecht nieuws, want juist publieke investeringen hebben een sterk multipliereffect: ze trekken private investeringen mee. Voor elke euro die de overheid investeert in R&D komt er vaak een veelvoud uit het bedrijfsleven bij.

Voor de kunststofverwerkende industrie betekent dit dat er een dubbele kans ligt. Enerzijds profiteren bedrijven direct van nieuwe kennis en technologie die voortkomt uit publiek gefinancierd onderzoek. Denk aan nieuwe polymeren, circulaire productietechnieken en digitale ontwerptools. Anderzijds kunnen bedrijven zelf actiever participeren in publiek-­private samenwerkingen, om hun eigen innovatie­kracht te vergroten en sneller nieuwe markten te betreden.

R&D is niet alleen een kostenpost, maar vooral een hefboom voor economische groei, productiviteitsverbetering en het oplossen van maatschappelijke uitdagingen: van klimaat en digitalisering tot healthcare en veiligheid. Het is dus geen luxe, maar een noodzaak om concurrerend te blijven. We mogen onze industrie niet verliezen.

Make Europe Great Again kan alleen slagen als we innovatie zien als kernstrategie en niet als bijzaak. Dat vergt lef van beleidsmakers, maar ook van ondernemers. Lef om te investeren in talent, in samenwerking met kennisinstellingen en in nieuwe businessmodellen. Lef om voorbij de kwartaalcijfers te kijken.

De kunststofverwerkende industrie heeft het dna om dit te doen. We zijn praktisch, oplossingsgericht en gewend om in ketens samen te werken. Laten we die kracht benutten en onze stem laten horen in het debat over de toekomst van de Europese industrie. Want één ding is duidelijk: wie achterblijft in R&D, verliest niet alleen concurrentiekracht, maar ook invloed op de spelregels van morgen.