Dat blijkt uit de nieuwe industriestrategie Overbruggen om te verduurzamen van Stichting Cluster 6, waarin verschillende industriële branches samenwerken, waaronder de rubber- en kunststofindustrie.
Veel industriële installaties hebben een levensduur van tientallen jaren. Wanneer bedrijven de komende jaren hun machines, ketels en ovens vervangen, maken zij daarmee keuzes die bepalend zijn voor hun energieverbruik en CO₂-uitstoot tot ver na 2040.
Elektrificatie vraagt veel meer netcapaciteit
Elektrificatie is voor veel industriële bedrijven de belangrijkste route om hun productieprocessen te verduurzamen. Volgens Cluster 6 hebben de onderzochte bedrijven hiervoor gezamenlijk ongeveer drie keer zoveel aansluitvermogen nodig als momenteel beschikbaar is.
Op veel locaties kan een zwaardere elektriciteitsaansluiting echter pas tussen 2030 en 2035 worden gerealiseerd. Dat is voor bedrijven die eerder hun installaties moeten vervangen vaak te laat.
Zij staan daardoor voor een lastige keuze: opnieuw investeren in fossiele technologie, bestaande installaties langer gebruiken of investeringen uitstellen. Ook bestaat het risico dat nieuwe productiecapaciteit naar het buitenland verdwijnt.
Gevolgen voor kunststofverwerkers
Volgens Harold de Graaf, algemeen directeur van de NRK, is de beschikbaarheid van energie-infrastructuur een belangrijke voorwaarde voor verdere verduurzaming van de kunststofindustrie.
Veel kunststofverwerkers investeren al in efficiëntere productieprocessen, elektrificatie en circulaire oplossingen. Maar zonder zekerheid over de toekomstige elektriciteitsvoorziening wordt het moeilijk om nieuwe investeringen te plannen.
De Graaf waarschuwt dat het missen van natuurlijke vervangingsmomenten niet alleen gevolgen heeft voor de klimaatdoelstellingen, maar ook voor het investerings- en vestigingsklimaat van de Nederlandse maakindustrie.
Tijdelijke energievoorziening als oplossing
Stichting Cluster 6 pleit daarom voor een zogenoemde transitieoverbrugging. Bedrijven die nog geen zwaardere netaansluiting kunnen krijgen, zouden tijdelijk zelf elektriciteit moeten kunnen opwekken.
Dat kan bijvoorbeeld met een combinatie van zonne- en windenergie, energieopslag, warmtekrachtkoppeling, gasturbines of brandstofcellen. Hierdoor kunnen bedrijven alvast investeren in elektrische productie-installaties, zonder volledig afhankelijk te zijn van de uitbreiding van het elektriciteitsnet.
Zodra voldoende netcapaciteit beschikbaar komt, kunnen deze tijdelijke voorzieningen volgens Cluster 6 blijven bijdragen aan een flexibel energiesysteem.
Oproep aan kabinet
Cluster 6 roept de overheid op om nog deze kabinetsperiode duidelijkheid te geven over de uitbreiding van het elektriciteitsnet, vergunningverlening voor tijdelijke energievoorzieningen en financiële ondersteuning van verduurzamingsinvesteringen.
De organisatie vertegenwoordigt ongeveer 450 industriële bedrijven buiten de vijf grote industrieclusters. Samen zijn deze bedrijven goed voor circa 210.000 voltijdsbanen en een omzet van 125 miljard euro.
Volgens Cluster 6 bepalen de investeringsbeslissingen van de komende tien jaar in belangrijke mate hoe duurzaam en concurrerend de Nederlandse industrie in 2040 zal zijn.
